Ailefroide
2004
De combieweek.
Onderdeel van de buitensportinstructeursopleiding.
Deels via de Hogeschool van Amsterdam.
Deels via het bedrijf dat de praktijk organiseerde.
Een week waarin alles samenkwam.
Water.
Rots.
Fiets.
Vooral veel doen.
We vertrokken met een groep jonge instructeurs.
Veel bravoure.
Grote monden.
Hard meezingen in de auto.
Tussen de activiteiten door waren we vooral nog jong.
We voelden ons sterk.
Een beetje onaantastbaar.
De rivier
Het watergedeelte speelde zich af op de Durance.
Tussen Briançon en Gap.
Raften ging nog.
Wildwater.
Koud water.
Hard werken.
Maar overzichtelijk.
Kajakken was anders.
Ondersteboven in stromend water.
Proberen te eskimoteren.
Wachten tot een instructeur je weer omhoog trok als het niet lukte.
Ik wist vrij snel:
dit is niet mijn element.
Toch zijn er beelden die blijven.
De passage door het “gat” van de Durance.
De zogenaamde Himalaya-stort.
Van een rots glijden.
Een sprong maken in het water.
Rauw.
Koud.
Levend.
Maar het riep me niet.
De rots
Rots voelde anders.
Rustiger.
Klimmen was niet mijn sterkste vak.
Maar het bewegen over de rots raakte iets.
De concentratie.
De stilte.
De verticale wereld.
We deden ook een via ferrata.
Hoog boven het dal.
Meer dan honderd meter lucht onder je voeten.
Later besefte ik dat het ook een beetje vals spelen is.
Je hangt aan een kabel.
Maar toen voelde het enorm.
Ik maakte foto’s.
Mijn eerste selfie zelfs.
Met een nieuwe Nokia-telefoon.
Wat ik me vooral herinner:
ruimte.
Omhoog
We gingen ook mountainbiken.
Downhill.
Maar eerst omhoog.
Dat omhoog fietsen vond ik zwaar.
Ik kwam uit het voetbal.
Korte inspanningen.
Explosief.
Geen lange klimmen.
Ik was bang om kapot te gaan.
Elke meter omhoog voelde als een test.
Nu kijk ik daar anders naar.
Maar toen wist ik dat nog niet.
Ailefroide
In diezelfde week kwamen we in Ailefroide.
Diep in het Massif des Écrins.
Het is geen spectaculair dorp.
Maar een plek voor klimmers.
Graniet.
Lange wanden.
Routes die hoog het dal uitlopen.
Daar, tussen de pieken van het Écrins-massief, voelde ik iets wat ik nog niet goed kon benoemen.
Een wereld die groter was dan deze week.
Ik las in die tijd al veel over berghutten.
Over wanden.
Over langzaam stijgen.
In Ailefroide kreeg dat voor het eerst vorm.
Terugkijkend
In die week gebeurde niets groots.
Maar iets begon wel te verschuiven.
Ik was niet de beste op het water.
Niet de sterkste klimmer.
Maar iets werd duidelijk.
Water liet me voelen wat niet bij me past.
Rots liet iets anders zien.
Rust.
Beweging.
Ruimte.
Achteraf zie ik het als een begin.
Geen grote gebeurtenis.
Meer een eerste steen.
In iets dat later groter zou worden.